Zoönosen

Infecties bij de mens afkomstig van dieren

Dr. Paul Overgaauw, dierenarts-microbioloog

Inleiding

Zoönosen zijn infectieziekten die onder natuurlijke omstandigheden worden overgebracht van dieren naar de mens. Op …..werd hierover een voordracht gehouden in Amersfoort. In het algemeen kan een onderscheid gemaakt worden tussen voedselinfecties en overige besmettingsvormen. Er wordt hierna een overzicht gegeven van de verschillende oorzaken en ingegaan op de relevantie voor de Nederlandse situatie.

Zoönosen waarvan dieren het reservoir kunnen zijn

Parasieten

Parasieten zijn organismen die leven ten koste van het lichaam van een gastheer. We kennen parasieten die zich in het lichaam bevinden (endoparasieten), zoals wormen en eencelligen (protozoën). Onder de eerste groep vallen bijvoorbeeld spoel- en haakwormen van hond en kat alsmede een, voor de mens gevaarlijke, lintworm bij de hond (Echinococcus). Deze laatste twee parasieten worden gelukkig vooral aangetroffen in de warmere, zuidelijke delen van Europa. Van de protozoën vormen vooral Toxoplasma- (kat) en Giardia-infecties (ontlasting hond, kat) een risico voor de mens.

 

Daarnaast zijn er de ectoparasieten aan de buitenkant van het lichaam. Vlooien en luisvliegen zijn insecten (zes poten) die de mens kunnen belagen. Verder zijn het vooral de achtpotige spinachtigen die direct of indirect problemen kunnen geven bij de mens. Naast de teken zijn dit verschillende mijten, zoals de vachtmijt bij hond, kat en konijn, de bloedluis bij vogels, de oorschurft van de kat en de echte hondenschurft.

 

Schimmels

Bij diverse diersoorten kunnen, al of niet zichtbaar, schimmelinfecties aanwezig zijn die de mens kunnen besmetten na direct contact. Hier ontstaat dan het beeld van de zogenaamde ringworm, een ronde, rode, jeukende plek met een schilferig randje. De aangetaste plekken zijn vooral aanwezig op lichaamsdelen waarmee contact met een besmet dier is geweest, zoals het gezicht of de armen.

 

Bacteriën

Er zijn veel bacteriën bekend die een potentieel risico zijn als zoönose. Bekend zijn in de kattenkrabziekte, de ziekte van Weil (leptospirose, melkerskoorts), papegaaienziekte, Salmonella darminfecties en bijtwonden van diverse diersoorten waarbij vervelende wondinfecties kunnen optreden.

 

Virussen

Een bepaalde vorm van hersenvliesontsteking wordt o.a. door teken van zoogdieren, zoals schapen en hazen indirect op de mens overgebracht. Ook is besmetting via rauwe (schapen)melk mogelijk. Virusinfecties die door direct contact de mens kunnen ebsmetten zijn bijvoorbeeld het koepokvirus (via de kat), een herpesvirus van apen, hondsdolheid (rabiës) en zere bekjes van schapen en geiten (ectyma). Via urine wordt het hantaanvirus van knaagdieren overgebracht.

Wijze van overbrenging van de infectie

 

Infecties kunnen dus op verschillende manieren worden overgebracht van dieren naar de mens.

De meest voor de hand liggende infectieroute is direct contact met dieren zoals bij schimmel- en schurftinfecties. Ook krab- en bijtwonden kunnen we hieronder rekenen (kattenkrabziekte, wondinfecties, rabiës).

 

Vaak vindt infectie-overdracht echter indirect plaats, meestal vanuit de leefomgeving zoals de opname via de handen of via voedsel van infectieuze spoelworm-eieren of Toxoplasma-cysten.

 

Zoals eerder vermeld kunnen stekende, bloedzuigende insecten of spinachtigen een infectie overbrengen. Het bekendste voorbeeld is tegenwoordig natuurlijk de Lyme disease, maar er wordt ook verondersteld dat kattenkrabziekte wordt overgebracht door vlooien.

 

Tenslotte kan de mens zich infecteren door het eten van (rauwe) voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong. Dus na het consumeren van onvoldoende verhitte melk, eieren of vlees.

Bestrijding van zoönosen

In principe kunnen zoönosen alleen bestreden worden door preventieve maatregelen.

 

  • Voorkomen dat ziekte de mens bereikt. Dit kan bereikt worden door de ziekte of de infectiebron uit te roeien of door het doorbreken van de infectieroute (bv. verhitting van voedingsmiddelen).
  • Het voorkomen van ziekte. Voorbeelden hiervan zijn hygiëne en voorzichtigheid betrachten bij direct contact met potentiële dragers van infecties (schimmels, lintwormen, agressieve dieren), het niet eten van onverhitte dierlijke producten en alleen wandelen in bosgebieden met gesloten kleding.

 

Optreden van zoönosen in Nederland

Na het lezen van allerlei mogelijke infecties en infectiebronnen kan men zich afvragen hoe groot de bedreiging van zoönosen nu is voor de volksgezondheid in Nederland? Hierover worden schattingen gemaakt omdat er geen duidelijke registratie van wordt bijgehouden.

Het is niet eenvoudig om hiervan een volledig beeld te krijgen, omdat lang niet iedereen ziek wordt na het oplopen van een infectie. Naast de voedselinfecties, die wel degelijk een volksgezondheidsprobleem vormen met schattingen tot wel 1 miljoen gevallen per jaar, wordt in Nederland bij ruim duizend patiënten per jaar een zoönose vastgesteld. Het betreffen dan voornamelijk bacteriën, zoals kattenkrabziekte, de ziekte van Lyme en papegaaienziekte, of parasieten zoals toxoplasmose. Uiteindelijk wordt geschat dat gemiddeld enkele tientallen sterfgevallen per jaar het gevolg zijn van zoönosen, verreweg de meeste als gevolg van voedselinfecties.

 

Bepaalde beroepsgroepen in de samenleving, zoals landbouwers, veehouders, slachters, boswachters en dierenartsen lopen meer risico om met een zoönose besmet te worden omdat ze een veel grotere kans hebben ermee in aanraking te komen.

================

 

 

 
Wij en onze katten zouden het leuk vinden als u wat in ons gastenboek schrijft.