Elk pondje gaat door het mondje!

Zwaarlijvigheid bij de kat.

 

Inleiding

 

Meestal wordt er van de kat gezegd dat deze kieskeurig is en duidelijke voorkeuren heeft voor bepaalde soorten voedsel. Om te voorkomen dat een kat teveel went aan een bepaalde smaak of eiwitbron, wordt geadviseerd regelmatig van smaak en soort vlees te wisselen. Het risico dat het dier na lange tijd eenzelfde smaak zat wordt, maar niet gewend is at anders te eten, wordt daarmee verkleind.

 

In de natuur vangt een katachtige zo nu en dan een prooi en eet dus onregelmatig relatief grote hoeveelheden voedsel. Maar thuis krijgt hij iedere dag weer zijn portie vlees, blikvoer en/of droogbrokjes waar hij niets voor hoeft te doen!

Uit onderzoek is gebleken dat een voer door een kat als smakelijk wordt ervaren als het een bepaalde zuurgraad heeft en het niet bitter is. Toevoegen van zoete stoffen of zout blijkt nauwelijks effect te sorteren. Wel heeft een kat voorkeur voor, hoe kan het anders, vers vlees en dan kiest hij meestal het liefste lever boven andere soorten vlees. In de duurdere merken blik- of droogvoer wordt ook daadwerkelijk vers vlees gebruikt; in andere voeders wordt er meer gewerkt met vleesextracten als smaakstoffen. De samenstelling van de voeding in combinatie met de vorm van de brokjes zelf zal uiteindelijk bepalen of een kat het voedsel graag eet. Katten eten liever brokjes dan fijngeprakt voedsel. De buitenkant van brokjes wordt vaak extra behandeld met smaakversterkende stoffen (zoals vleesextracten).

 

Naast een optimale samenstelling wordt bij voederfabrikanten ook uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar de smaak van kattenvoer. Het voer mag nog zo goed zijn, het moet wel gegeten worden! Daarbij mogen er geen concessies worden gedaan met betrekking tot de samenstelling en moet er binnen nauwe marges van minimale en maximale concentraties van de voedingsstoffen geopereerd worden. Het is noodzakelijk dat een kat voedsel ook gedurende langere tijd wil eten. Vele zogenaamde voorkeursproeven zijn er nodig om te zien of een nieuwe voeding ook smakelijker is dan een bestaand voeder. Daarvoor wordt altijd twee soorten voedsel aangeboden en zorgvuldig afgewogen om te zien hoeveel een dier ervan eet. Dat soort onderzoek wordt altijd met grotere aantallen dieren uitgevoerd om de betrouwbaarheid van de resultaten te vergroten.

 

Tenslotte wordt er zorgvuldig gekeken naar de grootte en vorm van de brokjes. Dit speelt een rol bij de opname van het voedsel (zie hiervoor) én bij harde brokjes kan de vorm het ontstaan van tandsteen voor een belangrijk deel tegengaan.

 

Zwaarlijvigheid, vetzucht of obesitas bij de kat

 

Een kat zal verdeeld over de dag én de nacht telkens kleine beetjes voedsel eten. De hoeveelheid voedsel is afhankelijk van de energiebehoefte van de kat, dus is het dier groeiend, drachtig, zogend of zeer actief of juist een luie slaper? Daarnaast is de voedselopname gerelateerd aan de hoeveelheid energie die er in het voer zit.

Gewoonlijk eet een kat naar behoefte en zal niet snel vervetten. Helaas is dat toch bij zo’n 25% van de huiskatten in de Westerse wereld niet het geval!

Het lichaamsgewicht van een kat is iets waaraan, in het algemeen, niet veel aandacht wordt besteed. Als dit wel het geval is, zijn de maatstaven niet altijd reëel. Door de dichte vacht is de conditie ook moeilijk te beoordelen. Men vindt een kat al snel aan de magere kant of in voldoende conditie.

 

Zwaarlijvigheid is de meest voorkomende aandoening ten gevolge van voeding en het is één van de meest voorkomende kwalen in de katten (en honden) populatie. Zwaarlijvigheid kan bestaande kwalen verergeren en het kan de kans op het ontstaan van gezondheidsproblemen zoals aan de gewrichten, het hart en de stofwisseling (suikerziekte) vergroten.

Obesitas is de Latijnse term voor vetzucht. Vetzucht en zwaarlijvigheid zijn de ophoping van lichaamsvet. Hoeveel overmatig lichaamsvet een dier moet hebben, wil men van vetzucht of zwaarlijvigheid spreken is een kwestie van afspraak. Bij de mens spreekt men bij 15% overgewicht van zwaarlijvigheid en bij 25% overgewicht van vetzucht. Het gemiddelde gewicht van een kat ligt tussen de 3,5 kg en 4.5 kg. Een kilo te veel, bij de gemiddelde kat, is al sprake van een overmaat aan gewicht van ruim 20% en daarmee van vetzucht volgens bovengenoemde norm.

 

Oorzaken van zwaarlijvigheid

 

Zwaarlijvigheid ontstaat wanneer de opname van energie het gebruik overtreft. Energie die niet door het lichaam wordt gebruikt wordt opgeslagen als vet, als energievoorraad. De oorzaken voor het niet overeenkomen van behoefte en opname kunnen natuurlijk gelegen zijn in stofwisselingsstoornissen, maar in de meeste gevallen betreft het in principe gezonde dieren. De voedselopname overtreft de behoefte (zie tabel 1). Het dier eet meer dan het verbrandt. In het ontstaan van zwaarlijvigheid zijn twee fasen te onderkennen. Het is van belang om deze twee fasen te begrijpen om een effectieve behandeling in te kunnen stellen.

 

1e fase: het lichaamsvet hoopt zich op omdat de kat meer energie opneemt dan verbruikt wordt. Het energieoverschot wordt opgeslagen in de vorm van vet en de kat wordt zwaarder. De voedselopname is in deze fase relatief hoog (op basis van het lichaamsgewicht). Deze fase heet de dynamische fase.

2e fase: als het lichaamsgewicht zich stabiliseert op een nieuw zwaarder gewicht zal de energieopname afnemen tot waar dit lichaamsgewicht bij behouden blijft. Deze fase heet de statische fase. In deze fase kan de voedselopname relatief laag zijn vergeleken met de norm voor het gewicht, terwijl het dier toch geen gewicht verliest.

 

Men heeft vaak wel door dat de kat tijdens de 1e fase inderdaad meer eet en kan ook inzien dat het dier moet minderen. Tijdens de 2e fase is dit niet zo voor de hand liggend. Het dier eet niet overmatig veel, soms vindt de eigenaar zelfs dat het dier zeer weinig eet en leidt hier uit af dat het dier aan een andere kwaal lijdt dan vetzucht.

 

Verdeling van de energie uit het voedsel

Op welke wijze kan het ontstaan van zwaarlijvigheid worden beinvloed c.q. voorkomen? Één van de manieren is via de samenstelling van de voeding. Hierbij speelt de verdeling van de energie uit de voeding een belangrijke rol. Hierbij wordt aangegeven welk percentage van de totale energieopname uit bepaalde onderdelen (vet eiwitten en koolhydraten) van de voeding komen. Als het voer een hoog gehalte aan vet (zeer energie rijk in vergelijking met eiwitten en koolhydraten) bevat zal het voer energierijk (zwaar) zijn.

Katten gebruiken vet als belangrijkste energiebron. Vet kan makkelijk en efficiënt verbruikt worden maar ook gemakkelijk opgeslagen worden. Koolhydraten worden minder efficiënt verbruikt door het lichaam

Katten met overgewicht zullen de energie die uit vet afkomstig is sneller opslaan dan de energie (calorieën) uit koolhydraten. Een kat met overgewicht is dus gebaat bij een voeding met een laag vetgehalte.

 

Tabel 1.

Oorzaken van vervetten

  • Overmatig voeren / eten
  • Veel extraatjes voeren
  • Onvoldoende beweging
  • Leeftijd
  • Geslacht
  • Gecastreerd of niet
  • Onvoldoende werking schildklier
  • Suikerziekte (diabeter mellitus)

 

Hoeveelheid lichaamsbeweging

Veel katten zijn minder actief dan ze vroeger zijn geweest. Meer katten worden gehouden als huisdier in plaats van een "nutsdier". De kat werd vroeger met name gehouden om het ongedierte te bestrijden. Het ongedierte was tevens de belangrijkste voeding van de kat, met andere woorden als de kat niet snel genoeg was zou deze in ieder geval nooit het risico lopen dik te worden. Tegenwoordig krijgen katten in het algemeen een relatief energierijk, compleet en gebalanceerd voer dat voorziet in alle behoeften. Het enige wat ze ervoor hoeven te doen is om de benen van het baasje te draaien en wachten tot de brokjes in het bakje belanden.

 

Voederopname

Kattenvoer wordt steeds smakelijker en dus zullen de katten door de smaak meer voedsel opnemen en niet alleen om de honger te stillen (energiebehoefte).

Hier schuilt natuurlijk een tegenstelling. Aan de ene kant zou het goed zijn voor het dier als de opname werd beperkt. Aan de andere kant zien we graag dat het dier zijn brokjes of zijn blikje graag eet. Smakelijkheid is dus een voorwaarde, ook al moet dit niet leiden tot overmatige opname.

De meest voorkomende oorzaak van vetzucht is dus overmatig energieopname door te veel te eten. Er zijn wel andere oorzaken, maar deze komen veel minder voor. In verreweg de meeste gevallen is overgewicht een "luxe probleem" en ligt de oorzaak in een te hoge energieopname.

 

Het kan een helpen om gebruik te maken van een kleiner voederbakje dan men gewend was. Bij een beperking van de hoeveelheid voer per maaltijd "lijkt het bakje toch niet zo leeg".

 

Risico’s ten gevolge van zwaarlijvigheid

 

Zwaarlijvigheid vergroot de kans op het ontwikkelen van een aantal ziektebeelden. Het is daarom van belang dat de kat een gezond "normaal" lichaamsgewicht heeft. (zie tabel 2)

 

Tabel 2.

Risico’s van zwaarlijvigheid

  • Suikerziekte (diabetes mellitus)
  • Gewrichtsaandoeningen
  • Bewegingsstoornissen
  • Hart- en ademhalingsproblemen
  • Verhoogde bloeddruk
  • Leververvetting
  • Moeilijkheden bij de bevalling
  • Verhoogd risico tijdens operatie en de anesthesie
  • Slechte huid- en vachtverzorging

 

Body Condition Score

 

Hoe kan men nu bepalen of een kat een gezond lichaamsgewicht heeft of te dik is. Een eenvoudige manier om dit te bepalen is met behulp van de zogenaamde Body Condition Score. Aan de hand van bepaalde "maatstaven" wordt bepaald of de kat zwaarlijvig is. De methode is in principe zeer eenvoudig. Drie delen van het lichaam worden door betasting beoordeeld.

  1. de ribben
  2. de taille
  3. buikomvang

 

Op een schaal van 1 tot 5 wordt dan de conditie van het lichaam bepaald. Het ideaal is het gemiddelde vann 3. De ribben zijn hierbij voel- maar niet zichtbaar; de taille is duidelijk zichtbaar en de onderkant van de buik loopt schuin omhoog. Als een kat een conditiescore heeft boven de 3 is gewichtsverlies aan te raden.

Een score van 4 geeft een overgewicht van ongeveer 15% boven "normaal lichaamsgewicht" weer. Een score van 5 geeft een overgewicht aan van 25% of meer.

 

Behandeling

 

Als geconstateerd is dat het dier lijdt aan overgewicht bestaat de behandeling uit het terugbrengen van de energieopname zodat deze lager is dan het verbruik. Als de kat op het streefgewicht zit, is het zaak de energieopname af te stemmen op het energieverbruik zodat dit gelijk opgaat en er dus geen overmaat aan energie meer wordt opgenomen. In verband met het risico op vette leverziekte moet gewichtsbeperking bij de kat altijd zeer geleidelijk plaatsvinden. Te drastische maatregelen zoals vasten (die bij de hond met minder risico’s kunnen worden genomen) kunnen bij dikke katten fataal zijn. Advies van en controle door de dierenarts kunnen daarom gewenst zijn.

 

Voordat een vermageringskuur wordt toegepast, is het van belang een volledig lichamelijk onderzoek te laten verrichten door een dierenarts die naar aanleiding van het onderzoek het streefgewicht bepaalt.

De voeding moet ongeacht of het dier te weinig of te veel weegt compleet en gebalanceerd zijn. De voeding moet alle voedingsstoffen bevatten die de kat nodig heeft en in de juiste verhoudingen.

 

Een aantal voorwaarden waar een verantwoord afvaldieet aan moet voldoen zijn:

  1. een laag vetgehalte (wordt makkelijk opgeslagen als energie reserve)
  2. een normaal vezelgehalte: te hoog vezelgehalte kan leiden tot een tekort aan voedingsstoffen omdat die met het overmaat aan vezel kunnen worden uitgescheiden, een bijkomstigheid is een slechte vacht- en huidconditie. Een te hoog vezelgehalte leidt ook tot vaak tot veel ontlasting.
  3. normaal gehalte aan hoogwaardige eiwitten. Dit zijn eiwitten die goed door het lichaam worden gebruikt, meestal van dierlijke oorsprong
  4. aangepast verhouding tussen de (omega 6 en omega 3) essentiële vetzuren voor een goede conditie van de huid en vacht

 

Een kat met een body condition score tussen de 3 en 4 kan volstaan met minder eten van het normale dieet. Bij een kat met een hogere score kan beter een speciaal dieet gebruikt worden dat is samengesteld om gewichtsverlies te bewerkstelligen. Te snel gewichtsverlies heeft zoals gezegd grote gezondheidsrisico’s bij de kat. Een vermindering van de energieopname met 40% zal resulteren in een veilig geacht gewichtsverlies van 1-2% per week

 

Tabel 3.

Behandeling zwaarlijvigheid: voeren en voeding

In plaats van voeren aaien; communiceren op een andere manier dan verstrekking van eten. Bedelgedrag niet belonen met eten.

Meerdere kleine maaltijden gedurende dag (energie wordt dan relatief meer gebruikt om het eten te verteren)

Lichaamsbeweging stimuleren (spelen, naar buiten)

 

Verminderen energieopname (minder calorieën): aangepast dieet met laag vetgehalte en normaal vezelgehalte

 

Paul Overgaauw, Dierenarts

Met dank aan Iams Europe

 
 
Wij en onze katten zouden het leuk vinden als u wat in ons gastenboek schrijft.