oogproblemen
bij de kat.
Laat
ik dit artikel beginnen met een goed bericht:
het aantal katten dat met oogproblemen wordt
aangeboden bij de dierenarts, is veel kleiner
dan het aantal honden dat oogproblemen heeft.
Dit geldt voor zowel aangeboren als verkregen,
erfelijke en niet-erfelijke afwijkingen. Het
slechte bericht is dat van een aantal
oogafwijkingen bij katten het fijne nog lang
niet bekend is, wat een goede behandeling vaak
moeilijk maakt. Een aantal belangrijke
oogafwijkingen zal ik bespreken.
Aangeboren
afwijkingen.
Dit
zijn afwijkingen die reeds bij de geboorte
aanwezig zijn en veelal op jonge leeftijd tot
uiting komen. Voorbeelden hiervan zijn
"open ogen" bij kittens en
scheelzien bij de Siamees. Normaal zijn de
oogleden gedurende de eerste 10 tot 14 dagen
gesloten. Bij katten die met "open
ogen" worden geboren is er sprake van
onvolledig aangelegde bovenoogleden: een deel
van het lid ontbreekt, waardoor het oog bij de
geboorte al zichtbaar is. Deze afwijking is
vooral bij Perzen bekend en is waarschijnlijk
erfelijk. Ook andere delen van het oog kunnen
bij deze dieren onvolledig zijn aangelegd. De
afwijking is in eerste instantie gevaarlijk
voor het hoornvlies. Dit wordt onvoldoende
beschermd, de tranen worden niet goed
verdeeld, wat uitdroging tot gevolg heeft.
Haren uit de omgeving kunnen het hoornvlies
verder beschadigen. Dit kan uiteindelijk tot
vermindering van het gezichtsvermogen leiden.
Operatief ingrijpen is veelal noodzakelijk.
Het is een lastige ingreep, waarbij niet
altijd een functioneel ooglid wordt verkregen.
Hiermee wordt gewacht tot de kat in ieder
geval een narcose goed kan doorstaan. In
afwachting van de operatie zult u het oog goed
moeten beschermen met oogdruppels of -zalf.
Scheelzien
(strabismus) komt vooral bij de Siamees voor.
Het probleem is niet zozeer een oogprobleem,
maar een probleem in de hersenen. De
oogzenuwen geven het beeld dat de ogen vormen
aan de hersenen door. Dit volgt bepaalde banen
door de hersenen. Bij Siamezen die scheelzien
is de aanleg van de banen door de hersenen
afwijkend, waardoor geen goed beeld in de
hersenen verkregen wordt en de ogen niet recht
gericht kunnen worden. Ook dit is een
erfelijke fout. Door fokmaatregelen komt de
afwijking tegenwoordig minder vaak voor dan
vroeger.
De
voorgaande twee afwijkingen zijn voorbeelden
van afwijkingen die aangeboren en erfelijk
zijn. Een voorbeeld van een aangeboren
niet-erfelijke afwijking is het effect van
Griseofulvine. Griseofulvine is een middel dat
gebruikt wordt bij (huid-)schimmelinfecties.
Griseofulvine kan in de eerste helft van de
dracht afwijkingen veroorzaken bij de kittens,
zoals kittens met één oog (een cycloop),
zonder ogen of ogen zonder oogzenuwen.
Verkregen
aandoeningen.
Deze
aandoeningen zijn nog niet bij de geboorte
aanwezig, maar ontwikkelen later in het leven.
Ook hier zijn erfelijke en niet-erfelijke
afwijkingen, waarvan een aantal voorbeelden
worden gegeven.
Ooglidverwondingen
worden meestal opgelopen bij vechtpartijen. De
oogleden zijn rijkelijk van bloedvaatjes
voorzien, dus een wond kan heftig bloeden. Het
ziet er angstaanjagend uit, maar het bloeden
is niet levensbedreigend. Ooglidverwondingen
kunnen het beste snel gehecht worden, omdat de
kringspier rond het oog de wondranden uiteen
trekt en de wond gaat gapen. Daarom worden ook
oudere wonden nog gehecht. Zorg ervoor dat de
kat niet zelf door krabben de wond nog groter
maakt. De dierenarts zal het oog zelf ook
onderzoeken op het voorkomen van
beschadigingen.
Entropion
is het naar binnen draaien van het ooglid.
Meestal betreft het bij de kat het
onderooglid. Het kan een erfelijke afwijking
zijn, zoals bij de Pers beschreven is. Hierbij
kan het beperkt blijven tot een deel van het
onderooglid bij de binnenste ooghoek, en als
enig verschijnsel een traanstreep geven. Bij
de kat lijkt entropion echter vaker voor te
komen als gevolg van pijnlijke afwijkingen van
het oog, vaak een bindvliesontsteking, waarbij
de kat sterk gaat knijpen met de oogleden. Er
ontstaat dan een soort kramptoestand van de
ooglidspiertjes. De haren van de oogleden
komen tegen het hoornvlies te liggen, wat zeer
pijnlijk is, als reactie zal de kat nog meer
gaan knijpen met het oog, waardoor de toestand
alleen maar verergert. In het verloop van
entropion kan het hoornvlies beschadigen. De
behandeling zal moeten bestaan uit het
bestrijden van de oorzaak en veelal ook uit
chirurgische correctie van het ooglid.
Bij
ooglidontstekingen moeten we bedenken dat de
oogleden een voortzetting zijn van de kophuid.
Bij een aantal huidafwijkingen kunnen de
oogleden dan ook betrokken raken. Voorbeelden
zijn schurftmijtinfectie (Notoedres cati),
demodex, schimmelinfecties. Ook bij
voedselallergie en bij atopie (allergie voor
stoffen die ingeademd worden, bijv. huisstof,
graspollen, etc.)kunnen de kophuid en de
oogleden zeer ernstig ontsteken. Voor een
afdoende behandeling is het noodzakelijk om de
oorzaak op te sporen en gericht te bestrijden.
Vooral in het geval van atopie valt dat nog
wel eens tegen.
Gezwellen
aan de oogleden (ooglidtumoren) komen bij
katten veel minder vaak voor dan bij honden.
Daarentegen zijn ze bij de kat meestal
kwaadaardig. Berucht zijn plaveiselcarcinomen
bij witte katten. Ruime chirurgische
verwijdering in een vroeg stadium is
aanbevolen. Sommige tumoren zijn gevoelig voor
bestraling of bevriezing. Daarom is het van
belang om het verwijderde weefsel te laten
onderzoeken door een patholoog, zodat als de
tumor mocht terugkomen bekend is wat de aard
van de tumor is en er misschien een andere
behandeling mogelijk is.
De
meest bekende oorzaak van bindvliesontsteking
(conjunctivitis) is niesziekte. Niesziekte
wordt veroorzaakt door een aantal verwekkers,
waaronder het Feline Herpesvirus en Chlamydia.
Bij ernstige niesziekte-infecties kunnen de
ogen blijvende schade oplopen, door
veranderingen in de structuur van de
bindvliezen en het hoornvlies. Terwijl de
niesziekte al lang is overwonnen, blijven de
oogklachten aanwezig. In veel gevallen zijn de
klachten beperkt tot traanstrepen. De
traanafvoerkanaaltjes zijn door de ontsteking
vergroeid. Soms is de vergroeiing beperkt tot
de openingen in het slijmvlies, meestal echter
is ook het kanaal door de neus dichtgegroeid.
Als de ontsteking van de bindvliezen ernstig
is, kunnen grote delen met elkaar gaan
vergroeien. Bekende voorbeelden zijn
vergroeiingen tussen het derde ooglid en het
boven- en onderooglid. Ook vergroeiing met het
hoornvlies komt voor. De resultaten van het
chirurgisch losmaken van die vergroeiingen
vallen nogal eens tegen, omdat opnieuw
vergroeiingen optreden.
In
acute gevallen van niesziekte beperkt de
behandeling van de ogen zich meestal tot het
wegspoelen van eventueel aanwezig slijm en pus
en het toedienen van oogzalf tegen Chlamydia
en bijkomende bacteriën. De eventueel
aanwezige virussen zijn (nog?) niet goed te
bestrijden. Ook op latere leeftijd kunnen nog
bindvliesontstekingen voorkomen door de
niesziekte-verwekkers, vaak zonder dat de kat
ook niest. Het gaat waarschijnlijk om
opflikkeringen van oude ontstekingen of om
dragers, waarbij stress een rol kan spelen.
Ook bacteriën kunnen een conjunctivitis
veroorzaken. Deze zijn meestal gemakkelijk te
bestrijden met een antibioticum dat in
zalfvorm worden toegediend.
Om
tot nog toe niet opgehelderde redenen kunnen
de derde oogleden (knipvliezen) van katten
plotseling voor een deel voor de oogbollen
verschijnen. Dit kan op elke leeftijd, bij
ieder ras, zowel bij mannelijke als
vrouwelijke dieren voorkomen. In de meeste
gevallen verdwijnt het weer spontaan binnen
enkele weken tot maanden. Sommige katten
vertonen ook diarree. Een relatie met
lintwormen en met virussen is wel gesuggereerd
maar nooit bewezen. Waarschijnlijk gaat het
hier om een storing in het (autonome)
zenuwstelsel. Het Herpes-virus kan ook bij
infecties van het hoornvlies een rol spelen.
Er ontstaan spontaan wondjes in het
hoornvlies, zonder dat er andere
niesziekte-verschijnselen aanwezig zijn. Het
is mogelijk dat het virus tijdenlang in het
hoornvlies aanwezig is, zonder problemen te
geven. De diagnose is moeilijk te bevestigen.
De reactie op behandeling is onvoorspelbaar.
De anti-virus middelen die bij de mens met
Herpes-problemen in het oog worden gebruikt
lijken niet erg effectief bij de kat.
Bacteriën kunnen een probleem vormen in het
hoornvlies na verwondingen door takken,
krabben, etc. Sommigen zijn berucht,
bijvoorbeeld Pseudomonas. Deze bacterie vormt
stoffen, die het hoornvlies als het ware laten
smelten. Zeer snel kan dan een gat in het
hoornvlies ontstaan, waardoor het kamervocht
gaat lekken. Probleem is dat Pseudomonas vaak
resistent is (d.w.z. ongevoelig is) voor de
gebruikelijke antibiotica. In deze gevallen is
een zeer intensieve en vaak langdurige
behandeling met medicijnen nodig, soms moet
operatief worden ingegrepen om het oog te
redden. In een aantal gevallen lukt ook dit
niet meer en gaat het oog verloren.
Katten
lijken minder vaak het slachtoffer te worden
van hoornvliesverwondingen door doorntjes dan
honden. Het is mogelijk dat hun manier van
jagen (besluipen en bespringen van een prooi
in plaats van er achter aan rennen) hier mee
te maken heeft. Ook scheuren in het hoornvlies
door een kattekrab komt vaker bij honden voor
dan bij katten. Oogverwondingen door
windbukskogeltjes lijken bij katten echter
weer meer voor te komen dan bij honden. Een
doorntje kan zeer oppervlakkig in het
hoornvlies zitten en is er dan meestal
gemakkelijk door een dierenarts uit te halen.
Bij dieper zittende doorntjes wordt de
verwijdering moeilijker en is het soms nodig
het oog aan de zijkant van het hoornvlies te
openen, om het via de ruimte achter het
hoornvlies (de voorste oogkamer) te
verwijderen. Dit is werk voor een
oogspecialist. De schade die een doorn
aanbrengt is afhankelijk van hoe diep deze het
oog binnendringt en hoe lang hij in het oog
gezeten heeft.Een doorn die de iris raakt of
binnendringt, veroorzaakt altijd een heftige
reactie. Indien een doorn de lens
binnendringt, is staar meestal het gevolg. In
alle gevallen is het van belang om snel
deskundige hulp in te roepen! Voor een krab
van een kat geldt ruwweg hetzelfde.
Oppervlakkig e krabben hoeven niet gehecht te
worden, ze sluiten vanzelf. Wel is een goede
medicamenteuze behandeling nodig. Als er een
scheur in het hoornvlies zit, waardoor het oog
lekt, zal er wel gehecht moeten worden. Ook
dit is werk voor een oogspecialist. De
prognose is afhankelijk van de diepte van de
wond en de verstreken tijd tussen het ontstaan
van de wond en de behandeling.
Windbukskogeltjes dringen meestal diep het oog
binnen, kunnen er aan de achterkant weer
uitkomen en veroorzaken een ravage. Het
gezichtsvermogen is meestal verloren.
Een
corneasequester is een afwijking die uniek is
voor de kat. De afwijking begint in de diepere
lagen van het hoornvlies met een ronde tot
ovale, donker gepigmenteerde plek. Deze zit
vrijwel altijd in het centrum van het
hoornvlies, dus recht voor de pupil. Het
bovenliggende bedekkende weefsel (het
epitheel) is vaak in het begin nog intact,
maar laat later meestal los. De kat heeft er
niet altijd last van. Je kunt het dus even
afwachten wat er gebeurt. Echter uitbreiding
naar diepere lagen van het hoornvlies is ook
mogelijk, wat uiteindelijk tot perforatie en
verlies van het oog kan leiden. Veelal wordt
zo'n sequester daarom toch in een vroeg
stadium chirurgisch verwijderd. Het hoornvlies
is slechts maximaal 1 millimeter dik. Het
verwijderen kan dan ook het best onder een
operatiemicroscoop gebeuren. Vervelend is dat
sequesters weer terug kunnen komen na
aanvankelijke genezing. De exacte oorzaak is
niet bekend. Mogelijk speelt irritatie van
buitenaf een rol, maar ook het Herpes-virus is
genoemd. Het feit dat het probleem vooral bij
de Pers, de Himalayaan en de Burmees voorkomt,
zou een erfelijke basis doen vermoeden. Dit
zijn rassen met "bolle ogen" door
ondiepe oogkassen. Misschien geeft dat
aanleiding tot meer irritatie en beschadiging.
Een
ontsteking van de iris (iritis) kan ontstaan
na een verwonding, maar ook door een aantal
bekende infecties, zoals FIP (Feline
Infectieuze Peritonitis, buikvliesontsteking),
FIV (Feline Immunodeficientie Virus,
kattenaids), FeLV (Feline Leukemie Virus) en
Toxoplasmose. In gevallen van iritis wordt
daarom bloedonderzoek gedaan naar deze
aandoeningen. Vaak is het bloedonderzoek
echter negatief, zodat de oorzaak onbekend
blijft. Iritis kan eruit zien als roodheid en
zwelling van de iris, troebeling van het
kamervocht, en het neerslaan van wittige
druppeltjes of plakkaatjes aan de binnenzijde
van het hoornvlies. De iris kan vergroeien met
de achterliggende lens. Een iritis kan, zeker
in het beginstadium, veel last geven. Het oog
wordt dichtgeknepen en kan een verhoogde
tranenvloed laten zien. Aangezien licht
pijnlijk is bij iritis, zoekt de kat donkere
plekken op. Als gevolg van iritis kan in een
later stadium een verhoogde oogdruk optreden
of de lens loslaten. Veel ontstekingen van de
iris worden chronisch, dat wil zeggen dat
blijvende behandeling nodig is. Behandeling
bestaat o.a. uit oogdruppels die
bijnierschorshormonen bevatten, in het begin
vele malen daags, later één tot tweemaal
daags. Daarbij moet worden opgepast voor het
ontstaan van wondjes in het hoornvlies,
waarbij deze middelen (tijdelijk) niet gegeven
mogen worden.
De
meest voorkomende tumor in het oog van de kat
is het irismelanoom. Dit is een kwaadaardige
tumor die uitgaat van pigmentcellen (melanocyten).
De iris vertoont een donkere verkleuring, die
vaak pas later gaat verdikken. In het begin
heeft de kat er weinig last van, later
ontstaat iritis en kan de oogdruk verhogen. In
tegenstelling tot het melanoom in het oog van
de hond, is het bij de kat zeer kwaadaardig.
Ze kunnen snel uitzaaien. Behandeling bestaat
uit het verwijderen van het oog, waarbij het
altijd de vraag is of dat op tijd is om
uitzaaiingen te voorkomen. Opvallend, en
gelukkig, is dat de kat pas laat last krijgt
van de uitzaaiingen (meestal langer dan een
jaar na verwijdering van het oog).
Glaucoom
(bij de mens ook wel groene staar genoemd) is
een verhoogde oogdruk. Meestal is een
verhoogde oogdruk bij katten het gevolg van
chronische ontstekingen in het oog en van een
verplaatsing van de lens (lensluxatie, zie
aldaar). Een verhoogde oogdruk leidt snel tot
onherstelbare blindheid door schade aan het
netvlies. Op den duur vergroot de oogbol, De
kat heeft pijn in het oog en hoofdpijn. Het
lukt niet altijd om de druk met medicijnen
omlaag te krijgen. Als een oog onherstelbaar
blind is en pijn veroorzaakt, is het beter dit
te verwijderen. Veel eigenaren vinden dit
"zielig" voor de kat. Bedenk in zo'n
geval dat het oog niet meer werkt en alleen
maar last geeft en de kat na de operatie weer
zeer snel opknapt. Vergelijk het maar met een
rotte kies.
Staar
(grauwe staar, cataract) is een vertroebeling
in de lens. In tegenstelling tot de hond komt
erfelijke staar bij de kat nauwelijks voor.
Oorzaken voor staar bij de kat zijn
verwondingen tot in de lens (kattekrab) en
iritis. Katten met suikerziekte krijgen minder
snel staar dan honden met deze ziekte. Staar
is ook bij katten door een operatie te
verhelpen.
Loslating
van de lens (lensluxatie) komt voor in het
verloop van verwondingen, iritis en verhoogde
oogdruk. Ook komen lensluxaties zonder deze
oorzaken voor, vooral bij oudere katten.
Waarschijnlijk gaan de lensbandjes kapot door
degeneratie. De lens ligt normaal achter de
iris. Als de lens loslaat kan hij gaan zwerven
door het oog. Vooral als hij daarbij vóór de
iris komt te liggen, is er kans op verhoogde
oogdruk en iritis. Behandeling bestaat uit het
in een vroeg stadium verwijderen van de lens
uit het oog. Als het netvlies nog intact is,
kan het oog ook na verwijdering van de lens
nog zien, zij het minder scherp dan met lens.
De
meest bekende netvliesafwijking is
Progressieve Retina Atrofie (PRA, Progressief=
voortschrijdend; Retina= netvlies; Atrofie=
"verschrompeling"). PRA komt bij de
kat weinig voor. PRA is een erfelijk bepaalde
degeneratie van de lichtgevoelige cellen (de
staafjes en kegeltjes), die tot volledige
blindheid leidt. Het is vooral een probleem
bij de Abessijn. Bij dit ras zijn twee
varianten vastgesteld: de eerste is een
enkelvoudige recessieve vorm, niet
geslachtsgebonden. Deze afwijking vangt aan op
1.5 tot 2-jarige leeftijd en leidt binnen een
aantal jaren tot volledige blindheid. De
tweede variant is een autosomaal dominante
vorm bij jonge Abessijnen. Afwijkingen kunnen
al worden vastgesteld op een leeftijd van 8
tot 12 weken. Op ongeveer één- tot
anderhalfjarige leeftijd zijn de katten blind.
De staafjes en kegeltjes van deze katten zijn
niet goed aangelegd en degenereren zeer vroeg.
Voor beide afwijkingen is geen behandeling
mogelijk.
Een
niet-erfelijke oorzaak voor degeneratie van
het netvlies bij de kat is taurinetekort. Dit
leidt tot afbraak van de lichtgevoelige
cellen. De afbraak is in het begin beperkt tot
een bepaald gebied, maar breidt zich uit als
het tekort niet hersteld wordt. Dan leidt het
tot volledige blindheid binnen 9 maanden.
Gebieden die kapot zijn, herstellen niet als
het tekort aan taurine wordt hersteld, maar
uitbreiding wordt voorkomen. Katten kunnen
zelf geen taurine maken, ze moeten het opnemen
uit dierlijke eiwitten. Problemen ontstaan als
katten vegetarisch gevoed worden of gevoerd
worden met hondevoer, dat in het algemeen een
lager percentage dierlijk eiwit bevat dan
kattevoer. Behalve problemen in het netvlies,
treden ook hartproblemen op.
Bij
oudere katten kunnen netvliesproblemen als
gevolg van hoge bloeddruk optreden. Opvallend
is plotselinge blindheid, gepaard met wijde
pupillen. Soms is er bloed vóór in het oog
zichtbaar. Ook in het netvlies kunnen
bloedinkjes optreden. Het netvlies kan
loslaten. Bij onderzoek worden een verhoogde
bloeddruk, vaak met een slechte nierfunctie en
hartproblemen gevonden. Behandeling bestaat
uit het geven van bloeddrukverlagende
middelen, meestal in combinatie met een
zoutarm dieet. De prognose voor het
gezichtsvermogen is meestal slecht. De
prognose voor het leven van de kat is
afhankelijk van de oorzaak. Andere oorzaken
voor netvliesloslating zijn bijvoorbeeld FIP,
Toxoplasmose, bloedvatafwijkingen, tumoren.
Een losgelaten netvlies verliest binnen enkele
dagen zijn vermogen tot zien, zelfs al lukt
het om het netvlies weer op zijn plaats te
krijgen.
A.
Heijn, dierenarts, specialist oogheelkunde,
dipl. ECVO
Boxtelsebaan
6
5061
VD Oisterwijk