KATERSTAART
Paul
Overgaauw, dierenarts
Naar
aanleiding van het artikel "Vossenstaart of
katerstaart" uit de Felikat van oktober
1995, kan de volgende aanvulling worden gegeven.
Op
de bovenzijde van de staart bij de kat is een
zogenaamde staartklier aanwezig bestaande uit
een niet duidelijk omschreven gebied van de huid
die talg- en zweetkliertjes bevat. De
afscheiding van deze klieren bestaat uit een
vetachtige substantie die in de meeste gevallen
niet of nauwelijks wordt waargenomen, vooral
doordat de kat de staart schoonlikt.
Bij
sommige katten treedt echter een overmatige
produktie van de betreffende klieren op, waarbij
het haar gaat kleven en korstvorming kan
optreden. De vacht kan dunner worden en de huid
pigmenteren. In zeldzame gevallen gaan de
klieren secundair ontsteken door bacteriën.
De
aandoening wordt vooral gezien bij (ongekastreerde)
katers die worden gehouden in catteries en/of in
kleine ruimtes, maar ook bij poezen komt het
voor. De huidveranderingen lijken op die bij
"kinacne" en de behandeling komt
daarmee overeen.
Behandeling
met mayonaise is mij uit de praktijk bekend,
alleen was de verklaring hiervoor dat de kat de
aangetaste plek beter zou gaan schoonlikken.
Wassen met afwasmiddel zal waarschijnlijk een
verbetering te zien kunnen geven doordat het
ontvettend werkt. Op langere termijn zal
uitdroging van de huid door dergelijke produkten
een averechts gevolg zijn.
De
geadviseerde therapie van een katerstaart
bestaat uit het regelmatig wassen van de
aangetaste plek met speciale veterinaire
anti-roos shampoos zoals Sebolytic voor ernstige
vette staarten en Sebomild voor minder ernstige,
drogere gevallen. Hierdoor worden korsten en
schilfers verwijderd en de huid gereinigd.
Aanvankelijk kan dit dagelijks gebeuren. Bij een
ontstoken huid kan beter eerst een diep in de
haarzakjes doordringende ontsmettende
benzoylperoxide shampoo worden gebruikt (
bijvoorbeeld Pyoben). Bij sommige dieren kan
toediening van de "poezenpil"
gedurende de eerste weken van de uitwendige
behandeling de genezing bevorderen.
Ook
is gebleken dat meer beweging van de dieren een
positieve invloed heeft. Dit heeft te maken met
het feit dat de dieren zichzelf dan meer wassen.
Hoewel de katerstaart vaker bij ongecastreerde
katers wordt gezien, lost castratie het probleem
niet op. Wel kan hiermee het voortschrijden van
de aandoening tot stilstand worden gebracht.